Notice: Undefined index: HTTP_REFERER in /var/www/clients/client22378/web21799/web/tracker.php on line 4

Recensies & Pers

TON REIJNAERDTS AUDIO PRODUCTIONS FOTOGALERIJ


Trois Chorales, César Franck (TRA 2005-03)

"De Orgelvriend" (meinummer 2006)
"Er is de laatste tijd een verheugend grote belangstelling voor de orgelwerken van César Franck, waarbij ook het "kleine werk" niet wordt vergeten. Ton Reijnaerdts zorgt voor een zeer geslaagde bijdrage op dit gebied, waarbij hij zich heeft beperkt tot de werken uit Franck's sterfjaar 1890. De opnamen van de Trois Chorals zijn gemaakt op het mooie orgel in de Onze Lieve Vrouwekerk in Brussel-Laken. Het instrument is in 1872-1874 gebouwd door Pierre Schyven en onderging de laatste restauratie door Patrick Collon. Het spel van Reijnaerdts 'ademt' op natuurlijke wijze en er gaat een weldadige rust van uit. De climaxen zijn mooi geïntegreerd in de omliggende gedeelten, waarbij ieder effectbejag is vermeden. Zeer welkom is de grote selectie uit Francks 'verpozingsmuziek', zijn verzameling l'Organiste. Van de in totaal 63 stukken worden er 17 gepresenteerd, waarbij de volgorde voor afwisseling zorgt. Voor de opname koos Reijnaerdts het uit 1874 stammende Pereboom & Leijser-orgel in de St.-Augustinuskerk te Elsloo in Limburg. Hij is voorstander van vlotte tempi, zodat in deze uitvoeringen het muzikanteske overheerst. De opname is vrij direct, waarbij een intieme sfeer wordt opgeroepen en de bestemming voor het harmonium wordt onderstreept. Bij enkele stukken is sprake van wat meer volume, wat de afwisseling bevordert. De uitgave van Ton Reijnaerdts bevat een goede toelichting door de organist zelf en een opgave van de dispositie van de twee orgels."
(Cornelis van Zwol)

"Trouw" (september 2006)
"Binnen de Limburgse orgelwereld is Ton Reijnaerdts een unieke en bescheiden figuur. Hij heeft niet zelf een groot instrument als vaste werkplek, maar presenteert zich overwegend via cd's. Deze produceert hij zelf, inclusief de editing, het schrijven van het booklet, de fotografie en de vormgeving. Het resultaat mag gehoord en gezien worden. Op deze cd bespeelt hij twee orgels in werken van César Franck. Voor de Trois Chorals toog hij naar het indrukwekkendste laat-romantische orgel dat in België te vinden is: het Schyven-Van Bever-orgel in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brussel-Laken. De Trois Chorals klinken er monumentaal en poëtisch op. Ton Reijnaerdts weet de grote structuren goed hoorbaar te maken. Voor het kleinschalige werk, een keuze van 17 deeltjes uit de bundel l'Organiste, ging Reijnaerdts naar het sterk Frans georiënteerde Pereboom en Leijser-orgel in de St.-Augustinuskerk te Elsloo."
(Christo Lelie)



Voix Céleste (TRA 2004-02)

"Reformatorisch Dagblad" (18 april 2005)
"Een Frans onderonsje in het Limburgse land: Ton Reijnaerdts speelt Frans repertoire op het door de Fransman Mutin gebouwde orgel in Panningen. Een klein instrument dat tien stemmen en twee transmissies op het pedaal kent. Niet alle orgels van bescheiden omvang zijn interessant genoeg voor een cd-opname, maar dit instrumentje weet de aandacht meer dan een uur gevangen te houden. Het orgel kan monumentaal klinken, maar fascineert vooral in kleine bezetting.
Reijnaerdts presenteert het instrument met romantische muziek van Franse bodem. Meest werken die zowel op orgel als harmonium uitgevoerd kunnen worden. César Franck en Louis Vierne maakten naam met het componeren van monumentale koralen en symfonieën, maar stonden ook in het schrijven van kleinschaliger orgelwerken hun mannetje. Van Vierne klinken acht stukken uit "24 pièces en style libre". Stuk voor stuk fraaie miniaturen met elk een eigen karakter, die Reijnaerdts in het cd-boekje raak typeert: "onstuimig, melancholisch, droevig, waardig, grappig, blijmoedig." Niet alleen op papier schiet de Limburgse organist in de roos: met zijn fijnzinnige én technisch gave vertolkingen treft hij de juiste sfeer. Daarin 'bijgestaan' door registers als Viole de Gambe, Voix Céleste, Flûte Harmonique en Basson-Hautbois.
Ton Reijnaerdts speelt ook zeven delen uit Francks harmoniumbundel l'Organiste, en diens Élévation, Andantino en de bekende Pastorale. Daarnaast voert hij één werk van respectievelijk Pierné, Gigout en Dupré uit. Muziek die organist en orgel op het lijf geschreven blijken te zijn. Een fraaie schijf met een intiem karakter." (Gert de Looze)

"De Orgelvriend" (juli 2005)
"Ton Reijnaerdts vraagt op deze cd aandacht voor "de kleine monumentaliteit" in de Franse romantische orgelbouw en orgelcomposities. Aandacht voor kolossale orgels is er in onze tijd genoeg, maar juist bij het relatief kleinschalige cultuurgoed valt er veel te ontdekken. Reijnaerdts is daar voortreffelijk in geslaagd. Met de opening en het slot van de cd, Prélude van Pierné (de openingstrack) en Dupré's Prélude et Fugue op.7 nr. 3 (knap staaltje virtuositeit!), verkent hij als het ware de grenzen van het instrument. Daartussenin veel repertoire dat voor orgel manualiter (Vierne) of harmonium (Franck) is gecomponeerd. Vooral in Viernes acht Pièces en style libre komen de kwaliteiten van Mutin overtuigend naar voren.
De opnames, door Ton Reijnaerdts zelf gerealiseerd, laat het instrument op een natuurlijke wijze horen. Ook de toelichtingen, Engels en Nederlands, zijn van Reijnaerdts. Het was aardig geweest wanneer de gebruikte registraties erbij hadden gestaan; aan de andere kant: dit orgel is zó transparant dat een béétje organist wel door heeft welke registers er worden gebruikt.
Een fraaie registratie van een bijzonder instrument met daarvoor uiterst geschikt repertoire."
(Gerco Schaap)

"Dagblad de Limburger" (mei 2005)
'Één van de fraaiste orgels van Limburg staat in Panningen. In de kapel van de paters lazaristen bevindt zich een nog helemaal gaaf gebleven instrument dat de Parijzenaar Charles Mutin in 1912 bouwde, een van de belangrijkste figuren uit de beroemde Franse orgelbouwschool van Cavaillé-Coll. Het bijzonder warm en intiem klinkende orgel blijkt perfect geschikt voor de kleinschalige orgelstukken die Franse meesters als Pierné, Gigout, Franck, Vierne en Dupré schreven. Deze componisten staan vooral bekend als scheppers van kolossale, romantisch-monumentale werken die op de symfonische orgels uit die tijd in de grote kerken klinken. Maar, herinnert Ton Reijnaerdts ons, de heren schreven ook intiemere stukken, voor bescheiden pijporgel of ook harmonium. Een mooie greep uit de intieme romantiek uit het oude Frankrijk laat Reijnaerdts op zijn nieuwste cd Voix Céleste opklinken uit het Panningse orgel. Sympathieke, uiterst zorgvuldige inspelingen, met veel gevoel voor sfeer en kleur neergezet. Luister maar eens naar de elegante Pastorale van César Franck: om door een ringetje te halen. Alles is door Reijnaerdts zelf kristalhelder opgenomen op zijn eigen TRA-label." (Wim Doesborgh)



Grande Pièce symphonique, César Franck en Derde Orgelsymfonie, Charles-Marie Widor, Cavaillé-Coll-orgel van de Notre-Dame d'Auteuil, Parijs (TRA 2003-02)

"Luister" (april 2004) (waardering 8)
"Het orgel werd in 1885 door Cavaillé-Coll opgeleverd en is in 1937 met een positif expressif uitgebreid (III/ped/53). Hierbij werd de intonatie van het pijpwerk nauwlettend aangepast, welhaast een unicum, want bij vele andere Parijse orgels liep dit verkeerd af. Feit is dat het instrument tot een van de fraaiste Cavaillé's van de Franse hoofdstad kan worden gerekend. Reijnaerdts speelt met grote gedrevenheid, volgt de registeraanduidingen juist op, hanteert een uitgewogen tempokeuze en laat het orgel goed in de ruimte klinken. Monumentaliteit en verstilling vallen daarbij precies op hun plek." (René Verwer)

"De Rode Leeuw", muziektijdschrift (mei 2004)
"Het orgel klinkt op deze opname magistraal. Als je ergens de glorie van het Romantische Franse orgel kunt horen, dan hier! En dan de werken! Hoeveel jeugdige overmoed spreekt er niet uit Franck's groots opgezette Grande Pièce Symphonique, waarin we naast de onmiskenbare invloed van Liszt en Berlioz, toch ook al veel authentieke Franck vinden. En wat maakt hij prachtig gebruik van de afwisseling tussen het Grand Choeur en het Récit. En wat speelt Ton Reijnaerdts dit alles mooi, zonder pedant te zijn. Zijn uitvoeringen stralen zowel gezag als rust uit. Optimaal weet hij de typische C.-C. kwaliteiten van het orgel te benutten. En dan moet het mooiste nog komen: de prachtige gespeelde Derde orgelsymfonie van Franck's opvolger aan het Parijse Conservatorium Charles-Marie Widor, de geliefde docent van Albert Schweizer. Een bijzondere man, die machtig mooie muziek schreef, vol polyfoon vernuft en chromatiek, maar met dat typisch Franse gevoel voor kleur, perfectie en evenwicht. Of het nu bij het de 18e eeuw oproepende Menuet is, de uitbundige Mars, of de voorbij snellende Finale, overal weet Ton Reijnaerdts de sfeer van deze muziek perfect te treffen, daarbij ondersteund door dit ronduit grandioze orgel." (Gerard van der Leeuw)

"Reformatorisch Dagblad " (mei 2004)
"Bepaald juichend klinkt het volle orgel. Terecht spreekt het boekje van 'een voortreffelijk evenwicht en een grote verfijning van de klank'. Ik denk dat Reijnaerdts goed geluisterd heeft naar het fenomeen Jeanne Demessieux. Zijn interpretatie, minder extreem, maar met eenzelfde gedrevenheid en energie, laat een voorbeeldige balans tussen hart en hoofd horen. De improvisatorische, vrije vorm van het gedurfde stuk weerspiegelt zich in de persoonlijk gestempelde vertolking ervan." (Piet van de Wege)



Monumentale Stadsorgels in Maastricht (TRA 2001-04)
CD 1 - O.L.Vrouwebasiliek, Cellebroederskapel, Lutherse Kerk
CD 2 - Waalse Kerk, Matthiaskerk, Martinuskerk (Wijck)

"Dagblad de Limburger" (april 2002)
"Reijnaerdts bespeelt met verve de orgels van de O.L.Vrouwebasiliek, de Cellebroederskapel, de Lutherse-, Waalse, Martinus- en Matthiaskerk. De hele productie (beschrijvingen orgelbouw en -geschiedenis, fotografie, cd-opname, design) deed Reijnaerdts in zijn eentje. Reijnaerdts' oergezonde spel ademt vooral liefde en vakmanschap uit." (WD)



8ste Orgelsymfonie van Widor en Dupré's Suite Bretonne (TRA 2000-03)

Trouw" (augustus 2000)
"Fraai zijn de dynamische contrasten waar Reijnaerdts handig en dankbaar gebruik van maakt"..."Reijnaerdts speelt deze zeer lastige muziek technisch gaaf, met een goed gevoel voor proporties en grote lijnen." (Christo Lelie)

"Limburgs Dagblad" (october 2000)
"De Maastrichtse organist beschikt over de juiste fysieke en muzikale kwaliteiten om de mogelijkheden van dit imponerende instrument ten volle te benutten. Vooral op dynamisch gebied weet hij de contrastmogelijkheden optimaal uit te buiten." (Jos Frusch)

"Nederlands Dagblad" (october 2000)
"De Maastrichts organist Ton Reijnaerdts is een allerkunner. Met evenveel gemak speelt hij Sweelinck als Vierne. Hij speelt gedreven Widors titanenmuziek"..."niets dan lof. Ook van Dupré's tamelijk onbekende Suite Bretonne heb ik genoten." (Peter Sneep)

"De Orgelvriend" (november 2000)
"Het is bewonderenswaardig hoe Reijnaerdts zich in korte tijd het grote orgel eigen heeft gemaakt, zijn registraties klinken alsof hij al jaren met het Engelse orgel vertrouwd is. De vrij directe opname laat eens temeer horen dat Reijnaerdts zowel het orgel als de muziek volledig beheerst." (Gerco Schaap)

"Luister" (januari 2001) (waardering: Uitvoering 8 - Opname 8)
"Reijnaerdts zet dit kolossale werk overtuigend neer en het gemis aan een "orgue symphonique" is bij mij niet direct opgekomen. In Rouen gebruikt men in de fortepassages de "anches en chamade", bij dit orgel in Rochester Cathedral zijn het de hogedruktongwerken die imponeren. Overigens zijn de Engelse orgels vaak orkestraler qua dispositie dan menig Cavaillé-Coll-orgel. Reden voor Dupré om zijn werken tussen 1920 en '30 meer op de Anglo-Amerikaanse orgelfaktuur toe te spitsen, waaronder de Suite Bretonne." (René Verwer).

"The Organ" (februari 2001, UK)  
"Van de tien Symfonieen van Charles-Marie Widor is de Achtste ongetwijfeld de meest imponerende"..."Tijdens de opnamen werd al snel duidelijk dat dit orgel in feite bijna het ideale instrument voor deze muziek was. De heldere koren met weelderige bovenpartijen ontwikkelen zich tot een imponerend 'tutti', minder brutaal dan bij een Cavaillé-Coll, en er zijn talloze kleurrijke fluiten en strijkers voor de langzamere werken. De bescheiden akoestiek van deze kathedraal draagt ook bij tot het behoud van de transparantie bij een technisch zeer complex werk"..."Ton Reijnaerdts' spel is overtuigend, boven de onmiddellijke barriere van extreme lengte tredend, om een uniform geheel te presenteren. Alle zeven delen worden met technisch gemak weergegeven." (Simon Fitzgerald)

"Organist's Review" (februari 2001, UK)
"Het prachtige orgel van Rochester Cathedral werd bijna totaal vernieuwd in 1989. Alhoewel nog steeds het overwegend Engelse schepsel dat het altijd al was, is het zeer geschikt voor de harmonische avonturen, de contrapuntische complexiteit en de laat-romantische kleuren van Widor's orgelsymfonie No 8. Het geluid hiervan werd zeer fraai vastgelegd op deze opnamen van de eigen productiefirma van de Nederlandse vertolker."(PP)

"Reformatorisch Dagblad" (februari 2001)
"Reijnaerdts zet de symfonie overtuigend neer. Vanaf het begin zorgt hij ervoor dat deze late Widor inderdaad als Widor klinkt: massief maar tegelijkertijd fijnzinnig, vol interessante muzikale details, en steeds tot het uiterste geladen. Het grote symfonische plan van dit werk getuigt van Widors meesterschap over de vorm." (P.M. van de Wege)



300 Years of European Organ Music (TRA 2000-01)

"Dagblad de Limburger" (juni 2000)
"Opnames van twee verrukkelijke instrumenten, in karakter sterk van elkaar verschillend: Beek: zangerig, direct, Gronsveld: voornaam, plechtig, die beide door hun bouw en stemming zeer geschikt zijn voor oude muziek. Dus koos Reijnaerdts voor Bach, Cabezon, Frescobaldi, Buxtehude, Sweelinck en anderen om de instrumenten het volle pond te geven. Helder, afgewogen en muzikaal spel. Dat gedetailleerde gegevens over de gespeelde werken ontbreken betekent niet dat u deze vitale cd mag overslaan." (Wim Doesborgh)

"De Orgelvriend" (october 2000):
"Het spel van Ton Reijnaerdts is onderhoudend en mooi van articulatie en frasering; goed voor bijna 74 minuten luisterplezier!" (Hendrik-Jan de Bie)

"Gereformeerd Dagblad" (october 2000)
"De bekende Limburgse organist Ton Reijnaerdts brengt beide orgels op voortreffelijke wijze tot klinken"..."Organist Ton Reijnaerdts ontpopt zich op deze cd als een warm pleitbezorger met name van oude muziek, daarbij gebruikmakend van een paar werkelijk schitterende Limburgse orgels"..."Al met al een zeer interessante cd die van harte wordt aanbevolen." (Elburg, Maarten Seijbel)

"Reformatorisch Dagblad" (februari 2001)
"Met twee totaal verschillende cd's bestrijkt de Limburgse organist Ton Reijnaerdts een wijd uitgestrekt orgellandschap: van het "Buxheimer Orgelboek" uit de 15e eeuw tot en met de achtste symfonie van Widor, uit de late negentiende eeuw. Deze gescheiden klankwerelden vergen ieder een geheel eigen stijl van vertolking, en die levert Reijnaerdts, wat op zich al een prestatie is"..."Sweelinck spreekt in zijn Toccata 20 een groot scala van ritmen aan, en dit virtuoze werk krijgt een wervelende, stoutmoedige uitvoering. Reijnaerdts weet met zijn spel ieder stuk een eigen gezicht te geven." (P.M. van de Wege)



"Ton Reijnaerdts plays Pièce Héroïque, Franck & other romantic organ works" (TRA 1997-01)

"De Orgelvriend" (november 1998)
"Ton Reijnaerdts is een veelzijdig mens. Hij is behalve organist ook een uitstekend fotograaf, maakt professionele opnamen en schrijft zijn eigen teksten"..."Het mag hier meteen gezegd: de opnamen zijn voortreffelijk"..."Reijnaerdts' spel bevalt me, omdat er rust en gratie van uitgaat. Hij neemt de tijd voor Vierne's uitgesponnen Arabesque en het Choral uit de tweede symfonie, zonder dat de spanning wegebt. Wat een prachtige instrumenten trouwens, deze twee representanten van het werk van Pereboom & Leijser. Kortom: Een mooi product." (Gerco Schaap)

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

DAGBLAD DE LIMBURGER - 16 juli 1998


Klanken uit het middenrijk  -  Wim Doesborgh


Met het priestertekort en de dreigende sluiting van kerkgebouwen staat ook de toekomst van heel wat kostbare kerkorgels op de tocht. Organist Ton Reijnaerdts uit Maastricht wil dat niet waar hebben en zet zich als promotor, musicus, schrijver en fotograaf in voor de 'koningin der instrumenten'. Ook bij het deze week startende Festival 98 orgelt Reijnaerdts zijn partijtje mee.

Soms is het héél, héél erg. Zoals die keer in de Saint Antoine van Luik, waar Ton Reijnaerdts naar binnen ging om zijn zoveelste orgel te fotograferen. De meeste pannen waren van het dak en Ton moest een helm dragen om niet ter plekke zijn eigen Requiemmis te hoeven meemaken. Duiven en ander gevogelte fladderden af en aan en bepoepten de eens zo glorieuze orgelkast. Met tranen in de ogen knipte Ton zijn plaat. Het zou een kwestie van tijd zijn, besefte hij, tot het orgel totaal verloren zou gaan: de parochie had geen nagel meer om zijn eigen kont te krabben.

'Als we niet oppassen, gaat het in Limburg straks ook die kant uit', profeteert Ton. 'Nu al zie je dat pastoors vier, vijf of nog meer parochies tegelijk moeten bedienen. Straks valt er in het ambt links en rechts geen gat meer te dichten en moeten sommige kerkgebouwen gewoon dicht. Niet de grote stadskerken, daar ben ik niet bang voor. Een Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht zal alleen al om zijn onnoemelijke cultuurhistorische waarde altijd overeind blijven. Maar de historische kerken in de kleinere plaatsen zijn niet veilig. En met hen natuurlijk de vaak prachtige orgels.

'De geboortige Roermondenaar Ton Reijnaerdts (43) heeft die liefde voor muziek en orgels al vroeg meegekregen. In Roermond was ome Theo behalve directeur van de fanfare ook invaller-organist in de kathedraal en de Munsterkerk. Als jongetje van negen hoorde Ton hoe ome Theo het orgel liet dreunen, denderen en trompetteren en toen wist hij - dat wil ik ook.

Eén hbs-b en twee muziekstudies later is Ton organist. Én fotograaf, een oude liefhebberij. De laatste vijf jaar heeft Ton als grote passie het vastleggen van al die honderden orgels uit het Limburgse patrimonium. Voor het nageslacht, maar vooral ook om te laten zien welke instrumenten de provincie rijk is. En om aan te geven welke orgels dringend toe zijn aan restauratie.

Het begon een paar jaar geleden met de fotografie voor het cd-boekje Historische Orgels in Limburg van de Stichting Samenwerkende Orgelvrienden, waarvoor initiatior Henk van Loo uit Urmond Ton vroeg een paar foto`s te maken. En Henk en Ton kregen de smaak te pakken. Binnen enkele jaren willen ze alle orgels vastleggen in het gebied dat in een straal van een slordige honderd kilometer rond Maastricht ligt. Van Brussel tot Brühl en van Nijmegen tot de Ardennen. Een monsterproject dus. 'Maar ik voel me verplicht het te doen', zegt Ton. 'Het is zoiets als een saluut aan mijn komaf, mijn wortels. Weet je, ik voel me een echte representant van het 'middenrijk', de streek waarin wij nu leven, dat ontstond na de dood van Karel de Grote in 814.

Karels machtige imperium viel uiteen toen zijn drie zonen het rijk deelden. Er kwam een westelijk 'Frans' gebied, een oostelijk 'Duits' deel en daartussenin een middenrijk, een mengsel van zeg maar franco- en allemanneninvloeden. Dat heeft voor altijd de cultuur in deze Maasstreek bepaald. Die menging van Duitse en Franse trekjes zie je in de volksaard, de architectuur, en ook in de muziek. César Franck, zijn ouders kwamen geloof ik uit Gemmenich, is zo`n vertegenwoordiger uit het middenrijk. Zijn werk, orgelmuziek maar ook de rest, ademt die typische mengeling van Franse en Duitse elementen. Vind je het gek dat ik, voortgekomen uit dezelfde streek, me zo sterk verwant voel met Francks werk? Prachtige muziek is het, heel nobel in al zijn eenvoud.

'Onlangs heeft Ton Reijnaerdts zijn eerste cd uitgebracht.

Orgelspel, opname, begeleidende tekst, fotografie, uitgave en distributie - alles uit eigen keuken. Met muziek van Franck, Vierne, Widor en Gigout. Voor de opnames trok Ton naar de orgels van de St.-Martinuskerk in Wyck (Maastricht) en de St.-Augustinuskerk in Elsloo. Niet toevallig trouwens. Het gaat om twee imposante orgels van de hand van de firma Pereboom & Leijser, twee orgelbouwers- en restaurateurs die tussen 1850 en 1899 in Maastricht werkten en heel wat orgels in de regio opknapten of nieuw bouwden. 'Ook alweer twee typische figuren uit deze streek, met een lichte hang naar de Franse cultuur. Ik weet dat de mensen vaak zeggen dat Pereboom & Leijser niet zozeer oude orgels hebben gerestaureerd alswel verknoeid met eigenzinnige, romantische aanpassingen. Maar dat is te zwart-wit geredeneerd. Het restaureren moet je in het licht van de vorige eeuw zien. Heel wat orgels waren onherroepelijk verloren gegaan als Pereboom & Leijser zich er niet mee hadden bemoeid. En dat ze de klank van de instrumenten aanpasten aan de smaak van de tijd, is typisch voor die eeuw. Het gedetailleerde bronnenonderzoek naar bijvoorbeeld barokorgels is pas iets van de laatste decennia.

'Waar Pereboom & Leijser zich konden uitleven bij de bouw van een nieuwe kerk, staan volgens Ton Reijnaerdts de mooiste exemplaren van het duo. Zoals in de St.-Martinuskerk van Wyck, waar een groots, symfonisch instrument voor romantische werken staat. 'Daar moet je geen Bach doen, maar een Franck of Widor, dat klinkt er majesteitelijk.' Wie het Wyck-orgel in al zijn glorie wil horen klinken, bezoekt vrijdag 31 juli de kerk, waar Ton een concert geeft met muziek van Langlais, Vierne (de tweede symfonie), Tournemire en Franck. Die dag wordt ook een nieuw boek gepresenteerd over leven en werken van Pereboom & Leijser. Frans Jespers schreef de tekst, Ton Reijnaerdts zorgde voor de vele foto`s. 'Met boeken, cd`s, maar vooral de concerten zoals nu in het Orgelfestival hopen we genoeg mensen ervan te overtuigen dat het voor heel wat orgels nu alle hens aan dek is. Redden wat er nog te redden valt van een ontzaglijk rijk cultuurbezit. Dat is het ideaal dat ik me de rest van mijn organistenleven als vast doel heb gesteld.'

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

DAGBLAD DE LIMBURGER - 7 august 1998


Tussen zwelkasten en overblazende fluiten  -  Wim Doesborgh


Echte vernieuwers waren het niet, de orgelbouwers Pereboom & Leijser, die tussen 1850 en 1900 in Maastricht werkten. Een paar honderd orgels bouwden ze in de regio Midden- en Zuid-Limburg en het Vlaams-Waalse grensland en daarbij bleven ze steeds provinciaal en conservatief denken. Natuurlijk, ginder in Parijs waren orgelmakers aan het werk die allerlei vernieuwingen doorvoerden waar de late romantiek om vroeg.

Pereboom & Leijser daarentegen kenden hun grenzen, gingen stug door op eigen koers en pikten alleen de sterke kanten van bouwers als Merklin, Clerinx en Loret. Bovendien gebruikten Pereboom & Leijser niet altijd topmateriaal voor hun orgels. Geldgebrek in vooral kleine parochies en koopmanszin van de orgelmakers zelf speelden daarbij een belangrijke rol. Ze moesten hier en daar zelfs genoegen nemen met het feit dat het orgel op enkele punten van middelmatige kwaliteit zou zijn. Toch is het werk van de twee Maastrichtenaren van grote waarde geweest voor de regionale orgelbouw. Frans Jespers, Henk van Loo en Ton Reijnaerdts tonen dat duidelijk aan in hun boek Pereboom & Leijser, orgelmakers te Maastricht. De kwaliteit van hun orgels, zowel wat betreft de disposities (het maken van de verschillende stemmen en klanken, het eigenlijke speelwerk) als de orgelkast (de nu eens sobere, dan weer prachtig versierde houten 'jas' waarin het instrument is geplaatst), is steeds hoog en, vooral, tijdsbestendig gebleken. Omdat Pereboom & Leijser orgels bouwden in een tijd dat romantische klanken in zwang waren, bleven de instrumenten tot op de dag van vandaag algemeen acceptabel. Dat de bouwers ook bestaande, oude instrumenten uit bijvoorbeeld de baroktijd restaureerden en daarbij ingrijpend veranderden, moeten we zien in de geest van de vorige eeuw. Hadden Pereboom & Leijser hun 'zonde' niet begaan, dan waren heel wat kerkorgels allang verdwenen. Het door de Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg uitgegeven boek behandelt het werk van de Maastrichtse orgelmakers uitputtend. Zozeer zelfs dat we hier en daar struikelen over al die zwelkasten, fournituren, prestantenkoren, sexquialtera's, nasards, vulstemmen, tongwerken en overblazende fluiten. Daar staat tegenover dat voor het eerst alle bestaande Pereboom & Leijser-orgels in beeld zijn gebracht, zowel fotografisch als qua opbouw. Ook de orgelcultuur in Limburg, de lotgevallen van de families Pereboom en Leijser, de werkwijze van de bouwers en de typische kenmerken van hun bouwkunst komen ruim aan bod. 'De krachtige en afgewogen bouw van de orgels met hun sonore, stralende klankkroon en de dikwijls fraaie vormgeving - dit alles bewerkstelligd met tamelijk eenvoudige middelen - dwingen nog steeds onze bewondering af', concluderen de auteurs. Daar is geen woord Frans bij.

Frans Jespers, Henk van Loo en Ton Reijnaerdts: Pereboom & Leijser, orgelmakers te Maastricht.-Uitg. Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg, 256 blz. ISBN 90-70807-48-3, prijs 39,95 gulden.

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

NEDERLANDS DAGBLAD


De 'vergeten' orgelprovincie van Nederland  -  Peter Sneep


Pereboom & Leijser - orgelmakers te Maastricht. Frans Jespers, Henk van Loo en Ton Reijnaerdts. Uitg. Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg, Maastricht.  Ton Reijnaerdts plays Pièce Héroïque, Franck & other Romantic Organworks. Label: TRA 1997-1.


Als je in Maastricht van de binnenstad naar het station loopt, zie je links de fraaie neogothische St. Martinuskerk in het stadsdeel Wijck staan. Wie er binnengaat - het gebouw is overdag gewoon open - komt in een oase van rust terecht. Hoog boven in de kerk verheft zich het orgel. Het front ervan, en ook de sfeer van de kerk, geeft je de indruk in een Franse kathedraal te zijn.

De orgelmakers Pereboom & Leijser bouwden het orgel in 1878. Theodoor Pereboom en Jean Leijser begonnen hun Maastrichtse bedrijf in 1850. In datzelfde jaar was orgelmaker Bigvignat overleden. Leijser en Pereboom kochten uit diens nalatenschap orgelmakersgereedschap. De twee waren geen opvolgers van Binvignat. Binvignat bouwde in de klassieke traditie. De twee companen sloegen met het opgekochte gereedschap een romantische weg in, geheel volgens de smaak van de tijd. Pereboom & Leijser bouwden vooral in de regio rond Maastricht en Luik. Veel van hun werk is er nog, al hebben heel wat instrumenten dringend onderhoud en herstel nodig. Frans Jespers, Henk van Loo en Ton Reijnaerdts doken in de geschiedenis van het bedrijf en schreven er een boek over. Ongeveer de helft van het boek bestaat uit foto's en disposities. De orgelliefhebber kan zijn hart eraan ophalen.

Wie een indruk wil krijgen van de klank van Pereboom & Leijser-orgels kan terecht bij de opnamen die Ton Reijnaerdts maakte op twee instrumenten van de compagnons. Ze staan in respectievelijk de St. Augustinuskerk in Elsloo en de St. Martinus in Maastricht-Wijck. Dat laatste is met zijn dertig stemmen en drie klavieren het grootste uit het oeuvre. Reijnaerdts voert al spelend een warm pleidooi voor de instrumenten van de twee bouwers. Robuuste en intieme klanken wisselen elkaar af. Boek en cd zijn uitgebracht door de Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg. De provincie Groningen heet onder orgelliefhebbers 'de orgeltuin'. Toch is ook het orgellandschap in Limburg zeker de moeite waard. Wie in Limburg met vakantie gaat, kan deze zomer weer allerlei concerten en orgeltochten bezoeken in het kader van het Limburgs orgelfestival dat de stichting jaarlijks organiseert.

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

DAGBLAD DE LIMBURGER - 20 juli 2000


Hard fietsen voor een orgelsymfonie  -  Wim Doesborgh


Vijf jaar al liep hij met het plan rond. De uitvoering van de achtste orgelsymfonie van Charles-Marie Widor is natuurlijk titanenwerk - dat kost veel voorbereiding. Niet voor niets dat bijna geen organist eraan gaat. Maar hij zóu en moést het werk uitgevoerd krijgen, om er dan gelijk een cd-opname van te maken.

Organist Ton Reijnaerdts uit Maastricht had echter pech. In de wijde omgeving was geen orgel te vinden om de monumentale, bijna uit zijn voegen barstende orgelmuziek van de Franse laat-romantische meester te kunnen spelen. Drie klavieren, zweleffecten, uitgebreid pedaalspel en een groot aantal stemmen: eigenlijk zou alleen het orgel van de Maastrichtse St.-Servaasbasiliek krachtpatserig genoeg zijn. Maar Reijnaerdts was niet welkom in de Servaas. Het kerkbestuur wil geen vreemde spelers op de orgelbank, luidde het oordeel.

Ton Reijnaerdts was aangeslagen, maar hij had een idee. Zijn zus woont al jaren in het Engelse Kent en kent de omgeving daar. Ook de beroemde kathedralen met hun imposante orgels. Via haar lukte het Reijnaerdts in contact te komen met de leiding van de kathedraal van Rochester, onderdeel van Medway Towns bij Londen. In deze op één na oudste kathedraal van Engeland (11e eeuw) staat een reusachtig orgel, oorspronkelijk gebouwd door Samuel Green in 1791, later verschillende keren gerestaureerd, de laatste keer door Mander in 1989.

"Een geweldig instrument met veel mogelijkheden', glundert Reijnaerdts. "Zeker om de werken uit het einde van de negentiende eeuw uit te voeren. De achtste symfonie van Widor, moet je weten, is een zeldzaam expansief werk. Echt een stuk dat past in de tijd dat de Industri‘le Revolutie haar beslag had: sterk vernieuwend, de grenzen aftastend, muziek op grote schaal. De symfonie, met zijn zeven delen en een speeltijd van bijna een uur, is een hoogtepunt in de orgelliteratuur. Het is een symfonie van het soort dat Bruckner schreef, maar dan voor orgel. Om het werk te kunnen spelen, moet je over een uitstekende, om niet te zeggen atletische conditie beschikken, vanwege de zwaar te bedienen orgelpedalen. Wil je wel geloven dat ik een jaar voorbereiding nodig heb gehad? Niet alleen om het stuk technisch onder de knie te krijgen, maar ook om me fysiek voor te bereiden. De laatste maanden heb ik duizenden kilometers op de racefiets gezeten om fit aan de start te komen. Voor Widor bleek het spelen van zijn eigen muziek geen probleem. Kijk maar naar de foto's die van hem zijn genomen toen hij al tegen de 90 was. Je ziet een uiterst vitale man, kaarsrecht opgericht, met een grote waardigheid. Maar wij, gewone organisten, moeten knokken. Vooral het pedaal, vaak met twee voeten tegelijk te bespelen, vergt het uiterste van een organist. Logisch dat je deze symfonie nooit hoort uitvoeren. Bij mijn weten zijn er maar twee opnames van.

In elk geval is daar sinds deze week een gloednieuwe opname van Ton Reijnaerdts zelf bijgekomen. Een unieke opname, omdat de musicus de hele productie van A tot Z zelf heeft verzorgd. Het instuderen, de organisatie in Engeland, de opnames, de fotografie, de tekstinformatie en de cd-productie. Het heeft hem een flinke duit gekost en het is de vraag of hij uit de kosten komt. "Maar anders had ik gewoon weer een cd met bekende orgelstukken van Bach of Mendelssohn moeten maken. En dat is natuurlijk geen uitdaging: er zijn al genoeg Bach-cd's. En om die uitdaging, daar gaat het mij om."

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

DAGBLAD DE LIMBURGER

Servaaskerk wil niet op Maastrichtse orgel-cd

Wim Doesborgh

MUZIEK - Het plan van de Maastrichtse organist Ton Reijnaerdts om alle historische orgels van zijn stad samen op één cd te vereeuwigen, dreigt spaak te lopen. Het bestuur van de voornaamste kerk, de Sint Servaasbasiliek, wil geen medewerking verlenen, omdat het opnemen van cd's niet in het 'terughoudend beleid' past ten opzichte van niet-kerkelijke zaken.

Bestuurslid en kerkmeester Frits Mennens bevestigt dat het kerkbestuur van de Sint Servaas niet staat te springen om zaken als cd-producties, ook al hebben die een cultureel karakter. Officieel, zegt Mennens, weet het bestuur niets van een verzoek van Reijnaerdts, maar in een eerder aan Reijnaerdts verstuurde brief blijkt dat de organist wel degelijk al een verzoek heeft ingediend. Mennens laat Reijnaerdts weten niet op zijn verzoek te kunnen ingaan "omdat ons kerkbestuur wordt overspoeld met zulke aanvragen'. Mennens vindt dat toegeven aan alle verzoeken voor orgelbespelingen en cd-opnames van de kerk een concertzaal zouden maken. "De basiliek van Sint Servaas is geen theater en wil dat ook niet zijn', aldus Mennens in zijn brief.

Ton Reijnaerdts is zo goed als rond met de opnames die hij op de oude orgels van de Sint Martinus, de Onze Lieve Vrouwebasiliek, de Sint Matthias, de Cellebroederskapel, de Waalse-, de Lutherse- en de St.Janskerk heeft gemaakt. "Genoeg materiaal voor een dubbel-cd, maar het is natuurlijk zonde dat de hoofdkerk van Maastricht daar als enige niet bij zit', treurt Reinaerdts. Hij is nu van plan met het beschikbare materiaal een 'deel 1' te maken en straks, als misschien nog iets te regelen valt met de Sint Servaas, met de ontbrekende orgelklanken een 'deel twee'.

Wat dat laatste betreft moet -Reijnaerdts niet te optimistisch zijn, adviseert Marcel Verheggen, vaste organist van de Sint Servaas. "Het kerkbestuur is strak in zijn beleid, heb ik begrepen. Ze zullen dus niet zo maar overstag gaan. Het is trouwens niet zo dat ons orgel niet op cd staat. Ik heb zelf voor enkele producties, zoals het afscheid van organist-cantor Jean Wolfs vorig jaar, het Servaas-orgel bespeeld. Maar ik denk dat Reijnaerdts er beter aan had gedaan het hele project in samenspel met de plaatselijke orgelkring, Pro Organo, op te zetten. En dan samen met de collega-organisten. Dan had Reijnaerdts mijns inziens méér kans op succes gehad', aldus Verheggen.

woensdag 19 december 2001

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

DAGBLAD DE LIMBURGER -

LEZERSBRIEVEN

Gemeenschapsgeld

Servaaskerk wil niet op Maastrichtse orgel-cd

Toen na de uiterst geslaagde restauratie van de Servaasbasiliek het orgel als herboren tevoorschijn kwam, bleven de uitstekende kwaliteiten van het deels vernieuwde instrument niet lang onopgemerkt. Inmiddels heeft dit imposante orgel bij liefhebbers in binnen- en buitenland faam verworven vanwege zijn magistrale Frans-romantische klank. In tegenstelling tot wat je zou verwachten zijn er sinds het inauguratieconcert van Olivier Latry slechts enkele radio- of cd-opnamen gemaakt en worden er jaarlijks hooguit vijf concerten op dit instrument gegeven. Organisten staan in de rij om hier opnamen te mogen maken, maar het kerkbestuur wijst de meeste verzoeken af. Met deze starre en arrogante houding geeft het bestuur blijk van weinig inzicht in de rijke orgelcultuur die vaak nauw verweven is met de cultuur binnen de katholieke kerk.

Het kerkbestuur is schijnbaar vergeten dat de restauratie destijds met gemeenschapsgeld gefinancierd werd en dat de niet subsidiabele restauratie van het orgel, mede dankzij de opbrengst van het Preuvenemint, kon worden gerealiseerd.

Huub Paulissen, Cadier en Keer - zaterdag 05 januari 2002 

 

oooooOOOOOOOooooo

 

 

DAGBLAD DE LIMBURGER -

LEZERSBRIEVEN

Gemeenschapsgeld

Daar blijft je verstand toch bij stilstaan, het bericht dat Ton Reijnaerdts botweg geweigerd wordt opnamen te maken op het Servaas-orgel voor culturele doeleinden. De kerk en het orgel in Maastricht zijn jaren geleden met miljoenen gemeenschapsgeld gerestaureerd. U en ik hebben daaraan als belastingbetaler dik meebetaald, en nu meent het kerkbestuur van de Sint-Servaas de orgelsleutel achter slot en grendel te kunnen houden?
Het wordt hoog tijd dat er aan het verstrekken van subsidiegeld voor het restaureren van orgels van rijkswege voorwaarden worden verbonden. Bijvoorbeeld bij het beschikbaar stellen van het instrument voor culturele doeleinden.
En dan bedoelen we niet voor de elitaire serie 'l'Europe et l'Orgue', waarvoor vrijwel uitsluitend buitenlandse organisten worden gevraagd. Nee dan doelen orgelliefhebbers op sympathieke initiatieven zoals de heer Reijnaerdts die ontplooit. Waarom zouden dergelijke orgelklanken niet vrij te beluisteren zijn?

Gerco Schaap, Baarn - zaterdag 12 januari 2002